Uitspraak in het Italiaans: de regels met voorbeelden
Italiaans spreek je grotendeels uit zoals je het schrijft. Wie een paar regels kent, kan bijna elk woord voorlezen. Begin je helemaal bij het begin? Kijk dan ook bij het Italiaanse alfabet.
De c en de g C e G
Voor een e of i klinken de c en de g zacht, als in "tsjao" en "dzjelato". Voor een a, o of u klinken ze hard.
Ch en gh CH e GH
De h spreek je niet uit, maar hij maakt de c of g hard voor een e of i.
Sc, gli en gn SC, GLI e GN
Sc klinkt als sj voor een e of i, en anders als sk. Gli klinkt ongeveer als lj en gn als nj in oranje.
De z La Z
De z klinkt als ts of als dz. Welke van de twee het is, verschilt per woord.
Dubbele medeklinkers Le doppie
Een dubbele medeklinker houd je langer aan. Dat is belangrijk, want anders zeg je soms iets anders.
De klemtoon L’accento
De klemtoon ligt meestal op de op een na laatste lettergreep. Staat er een accent op de laatste letter, dan ligt de klemtoon daar.
Test jezelf
Vijf korte vragen uit deze les.
Veelgestelde vragen
Is de Italiaanse uitspraak moeilijk?
Voor Nederlanders valt het mee: je spreekt bijna alles uit zoals het er staat. Let vooral op de c en g, de combinaties gli en gn en de dubbele medeklinkers.
Hoe spreek je ciao uit?
Als "tsjao", in één lettergreep.
Hoe spreek je gnocchi uit?
Ongeveer als "njokki": gn klinkt als nj en cch als een lange k.