Naar de inhoud
Buon Italiaans

Tellen in het Italiaans: de getallen van 0 tot 1000

Tellen in het Italiaans gaat zo: uno, due, tre, quattro, cinque, sei, sette, otto, nove, dieci. Hieronder vind je de getallen van 0 tot 1000 en de rangtelwoorden. Klik op een kaart om het te horen.

Tellen in het Italiaans tot 10

Tellen tot 20 in het Italiaans

Van 21 tot 34

Tientallen: tellen tot 100 in het Italiaans

Honderdtallen en duizend

Rangtelwoorden: eerste, tweede, derde

Test jezelf

Vijf korte vragen uit deze les.

Veelgestelde vragen

Hoe tel je tot 10 in het Italiaans?

Uno, due, tre, quattro, cinque, sei, sette, otto, nove, dieci. Nul is zero.

Hoe tel je tot 20 in het Italiaans?

Na tien komen undici, dodici, tredici, quattordici, quindici, sedici, diciassette, diciotto, diciannove en venti.

Hoe tel je tot 100 in het Italiaans?

Je leert de tientallen (venti, trenta, quaranta, cinquanta, sessanta, settanta, ottanta, novanta) en plakt de eenheid erachter: trentadue is 32. Voor uno en otto valt de laatste klinker weg: ventuno, ventotto. Honderd is cento.

Wat is het verschil tussen uno en una?

Uno gebruik je bij het tellen en bij mannelijke woorden als het "één" of "een" betekent. Bij vrouwelijke woorden wordt het una: una pizza.

Verder oefenen