Naar de inhoud
Buon Italiaans

Italiaanse werkwoorden vervoegen: -are, -ere en -ire

Italiaanse werkwoorden eindigen op -are, -ere of -ire. De uitgang verandert per persoon. Daarom laten Italianen io (ik) en tu (jij) meestal weg: parlo is al "ik spreek".

Werkwoorden op -are: parlare (spreken) Parlare

Werkwoorden op -ere: prendere (nemen) Prendere

Werkwoorden op -ire: dormire (slapen) Dormire

Veel werkwoorden op -ire: capire (begrijpen) Capire

Een deel van de werkwoorden op -ire krijgt -isc- erbij, behalve bij noi en voi.

De belangrijkste onregelmatige werkwoorden

De meest gebruikte werkwoorden wijken af. Die vind je elk op een eigen pagina: essere (zijn), avere (hebben), andare (gaan) en fare (doen, maken).

Test jezelf

Vijf korte vragen uit deze les.

Veelgestelde vragen

Hoeveel groepen werkwoorden heeft het Italiaans?

Drie: werkwoorden op -are, -ere en -ire. Binnen elke groep lijken de uitgangen op elkaar.

Moet je io en tu altijd gebruiken?

Nee. De uitgang laat al zien wie het doet. Je gebruikt ze vooral om nadruk te leggen.

Verder oefenen