Naar de inhoud
Buon Italiaans

De familie in het Italiaans: vader, moeder, broer, zus

Zo noem je de leden van je familie in het Italiaans, van il padre (de vader) tot la suocera (de schoonmoeder). Een broer is il fratello, een zus la sorella, een zoon il figlio en een dochter la figlia.

De familie, het gezin La famiglia

Opa, oma en je partner I nonni e il partner

Over je familie vertellen Parlare della famiglia

Test jezelf

Vijf korte vragen uit deze les.

Veelgestelde vragen

Wat betekent nipote?

Nipote is zowel een kleinkind als het kind van je broer of zus. De neef of nicht via een oom of tante is il cugino of la cugina.

Hoe zeg je "mijn moeder" in het Italiaans?

Mia madre. Bij een familielid in het enkelvoud laat je het lidwoord weg, dus niet la mia madre.

Verder oefenen